A.V.R.A.




Opgravingen te WIJNEGEM - deel 1

I. 1971 : Hoe het begon....


Waarom juist opgravingen op deze plaats ?

De heemkundige kring Jan Vleminck had ontdekt dat een bepaalde akker Steenakker heette. Velden met deze naam hadden elders reeds in het Antwerpse sporen van Romeinse nederzettingen aan het licht gebracht: Mortsel, Kontich... Gewoonlijk dateert zo een naam uit de 15de of 16de eeuw. Toen noemden de boeren zo elke akker die bij het ploegen "stenen" opleverde, nl. brokstukken van Romeinse dakpannen. De oudst bekende vermelding van de Steenakker in Wijnegem dateert uit 1563. Op verzoek van de Wijnegemse heemkring begon A.V.R.A. daar haar opgravingen in juni 1971.

II. Vondsten van alle tijden op de ‘Steenakker’

middeleeuwse schop Op de Steenakker werden vondsten gedaan uit een periode vanaf ca. 2000 v. Chr. tot de Middeleeuwen.

foto : vondst van houten middeleeuwse schop uit de 11de eeuw (september 2002).

De oudste vondsten zijn werktuigjes in silex uit ca. 2000 v. Chr. Ze zijn echter afkomstig uit de omgeploegde bovenlagen, zodat we ze niet kunnen koppelen aan een bepaalde woonplaats.

Wat ons meer intrigeert, is een scherf van een pot die dateert van ergens tussen 1600 en 1200 v. Chr., bronstijd dus. De nederzetting waaruit dit aardewerk afkomstig is, moet vlakbij zijn. Alleen hebben we er nog geen spoor van gevonden. Helaas, want nederzettingssporen uit die periode zijn een zeldzaamheid.

De eerste duidelijke sporen van menselijke activiteit die we hebben kunnen lokaliseren, dateren uit de vroege ijzertijd, nl. de 6de eeuw v. Chr.: een kuil, vol met ruw handgevormd aardewerk, weefgewichten e.d. Maar, ook hier ontbreken verdere sporen van bewoning. De buurt eromheen wacht nog op onderzoek.

Ook in de midden-ijzertijd (5de-4de eeuw v. Chr.) woonden er hier mensen. Hun aanwezigheid wordt bevestigd door twee afvalkuilen met aardewerk, typisch voor deze periode. Opnieuw doet zich hier de vraag voor : waar stonden de huizen?

Pas vanaf de late ijzertijd krijgen we duidelijk zicht op de mens en zijn nederzettingen. Daarom krijgen de volgende perioden wat meer aandacht.

1) Late ijzertijd

Uit de overgangsperiode van late ijzertijd en vroeg-Romeinse tijd (1ste eeuw na Chr.) dateert een bewoningskern, voorlopig bestaande uit vier huizen (1), enkele graan- of hooispijkers (2) en een waterput (3). De wanden van de huizen bestonden mogelijk uit planken, gevat tussen dubbele palen. In en bij deze gebouwen vinden we veel scherven van inheems met de hand gevormd aardewerk. Ook enkele fragmenten van bijzonder mooie glazen armbanden kwamen aan het licht. Een deel van deze streek was in die periode al in ontginning gebracht voor roggeteelt.

Plan van de site

Wijnegem : algemeen plan
Door op het plan te klikken kunt u een vergroot beeld bekijken

2) Romeinse gebouwen

De gebouwen uit de Romeinse tijd dateren uit de 2de-3de eeuw na Chr. (4-5). Over de juiste betekenis ervan hebben we nog geen zekerheid. Het grote Romeinse vierkant (30 m zijde) met zijn bijgebouwen is een uniek complex dat nog niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven. We beschouwden het vroeger als een soort hoevecomplex met veekraal. Maar de vondsten in het grote vierkant nr. 4 wijzen meer in de richting van een landelijk openluchtheiligdom : o.a. een 50-tal munten (waarvan 20 in een soort offerkuil), bronzen armbanden en mantelspelden.

De bouw van de Romeinse gebouwen 4-5 beantwoordt aan een opvallende planmatigheid : ze zijn alle gerangschikt volgens eenzelfde rooilijn. Deze zin voor orde en regelmaat is een typisch kenmerk van de Romeinse invloed.

Bij deze Romeinse gebouwen werden in 1999 twee waterputten ontdekt (6). Eén ervan bestond uit een bekisting van vier verticale balken waartegen horizontale planken waren aangebracht. Deze put leverde enkele merkwaardige vondsten op, zoals een houten lepel. De put kon vrij nauwkeurig gedateerd worden : de eiken, nodig voor de bekisting, werden gekapt tussen 214 en 219 na Chr. Dit weten we dankzij het dendrochronologisch onderzoek van het Laboratoire de Dendrochronologie van de Luikse universiteit.

Samen met de Romeinse nederzettingen te Wijnegem-Ruggeveldstraat, Antwerpen, Kontich, Mortsel, Ekeren, Oelegem, Bevel en Grobbendonk, tonen deze opgravingen hier aan dat het Antwerpse en de Voorkempen in de Romeinse tijd belangrijker en dichter bevolkt waren dan men altijd dacht.

De "Romeinen" die hier woonden waren geen Romeinen uit Rome of Italië, maar inheemse mensen die de Romeinse levenstrant hadden aangenomen. Ze waren dus geromaniseerd.

Militaire aanwezigheid werd nergens vastgesteld. Geen Romeinse soldaten dus. Voor zover we er zicht op hebben, leefden de bewoners hoofdzakelijk van de landbouw. Toch was er een zekere luxe. De vondsten wijzen erop : munten, armbanden, glas en scherven van terra sigillata, d.i. rood glanzend "sjiek" aardewerk.

Vervolg van de opgravingen in Wijnegem

Terug naar de A.V.R.A. Homepage